Verkenningswandeling.
Een eerste verkennende wandeling van ongeveer 6 km. We verlaten onze camping om via Liaucous naar Le Rozier te gaan. De start is best pittig. Maar al vlug kunnen we enkele landwegen nemen waar Firre los kan lopen. Het dorpje Liaucous ligt heel wat hoger dan de camping en dat laat zich onmiddellijk voelen. Maar het beklimming is de moeite waard. Al snel zien we gieren, rode wouwen en nog veel ander moois. Het dorp is een traditioneel “berg” dorpje met smalle steegjes, trappen en nog eens trappen. Het uitzicht is zeer mooi. Wonder boven wonder is er een snackbar aanwezig. Leuke plaats om even te verpauzen.
Via een landweg dalen we af naar Le Rozier. Het merendeel moeten we echter over asfalt. Het verkeer is eerder miniem, maar het asfalt voelt rap heet aan. Le Rozier wordt bereikt via een D weg. Gelukkig zijn er hier voetpaden aanwezig. Voor Rozier te bereiken kan Firre aan de brug nog even zwemmen. We zijn duidelijk niet de enige met dit idee. Vlakbij is een gratis parking en cafetaria. We begeven ons naar het dorp zo een 300 meters verderop. We zijn wat ontgoocheld. Hier geen typische smalle straatjes of pittoreske hoekjes. Na een bezoek aan de lokale horeca, waar we met onze witte herder zeer welkom waren, terug naar de camping. Helaas zijn de laatste van de 800 meter langs de D weg zonder voetpad. Wat opletten geblazen maar zeker niet onoverkomelijk. Een verkenningstocht en ook niet meer dan dat.
De gierenwandeling.
We waren in de regio omdat we vale gieren wilden spotten. Dus was het logisch dat we de Gorges de Jonte gingen opzoeken. Onze trip startte op de camping en liep via de Gorges du Tarn over naar Gorges de Jonte. Deze stevige wandeling van 14 km is niet te onderschatten. Als geoefende wandelaar hadden we ruim 5 uur nodig om hem volledig uit te wandelen. Uiteraard zitten de vele vergezichten en vliegende gieren hier voor wat tussen. Neem zeker voldoende water mee, de zon kan ongenadig zijn.
Via Le Rozier beklommen we Capluc, gezien de metalen trapjes is het uitkijkplatform moeilijk tot onmogelijk met de hond. Wij lieten die dan ook links liggen. Vandaar start een adembenemend parcours (goed aangeduid met gele symbolen) langs de gorges. Niet veel later vlogen gieren over, maar dit was pas het begin. De vele klimmetjes zijn zwaar maar iedere wandelaar kan deze best aan. Velen volgen het parcours tot aan het kruispunt van de Gorges de Jonte, om dan de zelfde weg terug te nemen. Tot dit punt kwamen we dan ook vele ander bezoekers tegen. Maar druk wordt het nooit. Tijd om van de omgeving te genieten en magische gieren is er in overvloed.
De namiddag was van een heel ander kaliber. Veel uitkijkplatformen, neem zeker de tijd om te kijken en foto’s te nemen. Diverse rotsformaties hebben een eigen naam zoals de paddestoel, de vase Chine, of vase de Sevres. Allemaal prachtwerk van de natuur. De paden rond deze attracties zijn echter minder mooi. Oppassen geblazen, los liggende keien, steile afdalingen zonder balustrade… kortom vast stevig schoeisel vereist. Let op, het natuurpark Cevennes is een nationaalpark. In tegenstelling tot andere nationale parken mogen honden aangelijnd wel binnen. Een vriendelijk boswachter maakten er ons attent op, want Firre loopt meestal vrij achter ons. Maar voor de steile afdalingen maak ik toch wel een uitzondering voor de veiligheid van beiden. Het einde van de tocht ligt terug in Le Rozier waar een frisse plaatselijk gebrouwen pint meer dan welkom is.
Zware klim naar kasteel Peyrelade.
In de buurt van Liaucous zijn diverse forten of kastelen te bezoeken. We opteerden om de middeleeuwse ruine van het kasteel van Peyrelade te bezoeken. Honden zijn er immers welkom. De wandeling ernaar toe is helaas iets minder spectaculair maar zeker doenbaar.
Of je kan met de camper tot op 300 meters van het kasteel gratis parkeren, maar tijdens de drukke periodes is de parking helaas ingenomen door autobestuurders met grootheidswaanzin, door gewone wagens dus. Jammer maar het is wat het is. De laatste 300 meters hebben een gemiddeld klimpercentage van ongeveer 30%. Dus stijl!
We starten bij onze camping en gingen via Boyne naar het kasteel. Er is een ruim stuk langs de D-weg, een andere opties is het helaas niet. Best gevaarlijk maar de meeste bestuurders kijken wel uit en passeren je in een ruime boog. Onderweg kom je diverse horeca tegen (3) maar we hadden geen tijd om ze te testen.
In de ruïne worden in het toeristenseizoen voorstellingen gegeven voor kinderen, dus kan het er best druk zijn. De vele trappen zijn best te doen met een hond maar het is toch oppassen geblazen.
De terugweg is jammerlijk genoeg dezelfde, een ronde doen zit er niet in. We breiden onze tocht uit via Mostuéjouls en Liaucous. Mooie dorpen met prachtige stegen. In Mostuéjouls is er een bron, dus daar konden we de drinkflessen bijvullen. Het moet niet gezegd worden dat water meenemen noodzakelijk is. Leuke wandeling maar te weinig offroad.
